Spelregels
Honkbal
De sport waar slaan en stelen magHonkbal (Baseball) staat bekend als het grote Amerikaanse tijdverdrijf. Inmiddels zijn er miljoenen honkballers verspreid over de hele wereld. In Nederland wordt al ruim 90 jaar honkbal gespeeld en de belangstelling groeit, met name bij de jeugd. Honkbal is een zomersport en dat betekent ruimte en frisse wind om je heen.
Een sport die snelheid en actie te zien geeft. Of je nu zelf speelt of toeschouwer bent, honkbal is een flitsende en opwindende sport. Het spel is echter nog leuker wanneer je de regels kent, daarom deze speluitleg.
Het spel
Er wordt gespeeld met twee teams van elk negen spelers. Eén ploeg staat in het veld(de veldpartij) en de andere is aan slag (de aanvallende partij).
Als ieder team één keer aan slag is geweest, is er één inning gespeeld (bij drie man uit, ook wel drie ‘nullen’ genoemd, wordt er gewisseld). Een wedstrijd duurt negen innings. Op een lager niveau en bij verschillende jeugdgroepen wordt er vaak een gelimiteerd aantal innings of op tijd gespeeld.
Alleen de aanvallende partij kan punten scoren, de veldpartij moet proberen dat te voorkomen. Bij de veldpartij staan alle negen spelers in het veld. Van de aanvallende partij staat alleen de slagman in het veld die op dat moment aan de beurt (aan slag) is en eventueel nog honklopers. De coaches van de aanvallende partij staan in de coachvakken bij het eerste en het derde honk.
De slagman moet proberen de geworpen bal van de pitcher (werper) zo weg te slaan dat de veldpartij geen kans krijgt de geslagen bal goed te verwerken en de slagman uit te maken.
Het veld
Een officieel honkbalveld heeft een werpheuvel, slagperken, een infield en coachvakken van gravel. Het grasgebied achter de drie honken in het veld wordt het outfield genoemd. De werpplaat ligt op 18,45 meter van de thuisplaat en de honken liggen 27,50 meter van elkaar. Vanaf de thuis-plaat lopen foutlijnen van het 1e honk en het 3e honk naar het outfieldhek, dat gemiddeld tussen de 90 en 120 meter verstaat. In principe speelt de wedstrijd zich binnen de foutlijnen af. Wel kunnen vangballen buiten deze lijnen gemaakt worden.
De Veldposities
Waar de spelers spelen (met veldpositienummer) zijn:
- Pitcher
- Catcher
- 1e honkman
- 2e honkman
- 3e honkman
- korte stop
- linksvelder
- midvelder
- rechtsvelder
De negen veldspelers bestrijken het hele veld en moeten voorkomen dat een geslagen bal tot het scoren van punten leidt door een bal te vangen of door een bal snel naar een honkman of catcher te gooien, die vervolgens de honkloper uit tikt of het honk aanraakt.
Het slagperk
In het slagperk staat de slagman, achter de thuisplaat zit de catcher en achter de catcher staat de plaatscheidsrechter. Hij alleen beoordeelt of een door de pitcher geworpen bal ‘slag’ of 'wijd' is. In het speelveld staat ook een veldscheidsrechter (bij topwedstrijden bij elk honk één).
Een slagbal is een bal, die tussen knie- en borsthoogte van de slagman gerekend naar de man aan slag en over de 'plaat' gegooid wordt. Door gevarieerd werpen van de bal probeert de pitcher de slagman het slaan te beletten. Zo kan de pitcher daar een snelle bal voor gebruiken (fastball), een langzame bal (off speed/ change-up) of ballen die draaien (curveball, slider, cutter).
Het zal duidelijk zijn dat het team dat de meeste punten scoort de wedstrijd wint, een punt scoor je als je de thuisplaat bereikt.
De pitcher
Probeert de slagman het slaan te beletten door zo moeilijk mogelijk de ballen naar de catcher te gooien. De pitcher werkt nauw samen met de catcher. Samen proberen ze de slagman uit te schakelen door ‘drie slag’ te gooien. De catcher ‘praat’ met de pitcher door tekens te geven. Zo spreken ze af wat voor bal de slagman krijgt: een rechte bal, een change up, een curve of een andere variant. Een fraai gezicht, die stille strijd tussen het verdedigende duo (pitcher en catcher) en de slagman.
De catcher
Staat via tekens (gebarentaal) constant in verbinding met de pitcher en de coach in de dug-out. Hij moet alle geworpen ballen van de pitcher zien te vangen. Ook is het zijn taak te voorkomen dat een honkloper van de aanvallende partij een volgende honk ‘steelt’ (een honkloper mag op ieder moment proberen het volgende honk te bereiken). De aangooi van de catcher moet dan ook snel en loepzuiver zijn.
Om blessures te voorkomen draagt de catcher een masker, een bodyprotector, beenkappen (legguards) en heeft hij een extra zwaar uitgevoerde catcherhandschoen.
De slagman
Staat opgesteld bij de thuisplaat in het slagperk. Hij moet proberen de geworpen bal zo goed en ver mogelijk weg te slaan. Als er lopers op de honken staan, probeert de slagman bovendien die lopers de kans te geven de thuisplaat te bereiken om punten te scoren. De knuppel in de aanslag, alle ogen op hem gericht………wordt het een homerun? Geconcentreerd volgt de slagman de bal en in een fractie van een seconde bepaalt hij welke klap hij uitdeelt.
De coach
Van een team bepaalt welke tactiek er wordt gevoerd. Hij bepaalt ook of en wie gewisseld wordt. De coaches in de coachvakken bij het 1e en 3e honk geven met vooraf afgesproken tekens opdrachten aan hun slagman en honklopers.
De scheidsrechter
Moet een feilloos oog hebben voor de vaak zeer gevarieerde worpen van de pitcher. Elke bal, geworpen of geslagen, kan het spelbeeld drastisch veranderen. Daarom is honkbal ook zo onvoorspelbaar en spannend. Om goed leiding te geven dient een scheidsrechter in een honkbalwedstrijd honderden, razendsnelle beslissingen te nemen.














